Geschiedenis

Het Internationaal Esperanto-Archief is begin 2021 opgericht, als opvolger van twee collecties:

  • het Fonds Cesar Vanbiervliet in Kortrijk en
  • de privé-collectie van Marc Vanden Bempt in Leuven.

Beide collectie hadden nood aan een stevigere juridische basis dan ze tot dan hadden.

Collectie Cesar Vanbiervliet

Het Fonds ontstond uit de persoonlijke collectie van Cesar Vanbiervliet (1905-1992), stadsbeambte van Kortrijk, die na zijn pensioen opnieuw actief esperantist werd. Hij had een goede relatie met Paul Vancolen, het hoofd van de stedelijke openbare bibliotheek en hij slaagde erin zijn persoonlijke esperantocollectie in de stadsbibliotheek onder te brengen. Deze groeide snel dank zij giften van onder meer Henri Sielens (1915-1974) en Juliette Terryn (1895-1972).

In 1974, in aanwezigheid van diverse notabelen (esperantisten en politici) werd het Fonds officieel ingehuldigd als «wettelijk beschermde collectie». Toch, al zijn er meerdere aanwijzingen dat die wettelijke bescherming bestaat, was tot nu toe hier geen bewijsdocument van terug te vinden.

De collectie groeide snel en rond 1990 werd de omvang ervan meestal vermeld als «10.000 boeken en 10.000 jaargangen van tijdschriften».

Na het overlijden van Cesar verzorgde zijn medewerker Jan Hanssens (1922-1993) de collectie. Na het plotse overlijden van Jan bleef de collectie enkele jaren onbeheerd achter (maar giften kwamen verder aan). Pas in 1995 ontstond een nieuw team vrijwilligers. Deze kon niet voltijds in de bibliotheek werken, maar wel enkele dagen per maand. Ze slaagden er niet in de hele collectie echt in orde te krijgen en te kennen. Ook was het niet mogelijk een goede relatie op te bouwen met de bibliotheek directie die meermaals en snel wijzigde na de pensionering van Vancolen. De praktische steun aan het Fonds (vooral inbinden van tijdschriften) nam geleidelijk af tot nog enkel het verblijf in een oncomfortabele werkplaats overbleef.

In 2010 kreeg een externe consulent Wim Vanseveren de opdracht de culturele werking van de stad Kortrijk te onderzoeken. In een rapport in 2012 voorgesteld vermeldde hij o.a. het Esperantofonds, dat volgens hem niet langer moest gesteund worden door de stad. Het stadsbestuur aanvaardde het verslag en het Fonds kreeg het verdict: het kon voorlopig in de bibliotheek blijven, maar in de ooit nieuw te bouwen bibliotheek zou ze geen plaats meer krijgen. Omdat er toen geen concreet plan was voor een nieuwe bibliotheek, bleef voldoende tijd vrij om een oplossing te vinden.

De toenmalige vrijwilligers bekeken de toestand en beslisten niet te protesteren. In dezelfde periode wou de Vlaamse Esperanto-Bond (VEN) in Antwerpen een huis kopen om het gehuurde kantoor in de Frankrijklei te vervangen en de hoop ontstond om ook het Fonds naar de nieuwe VEB-vestiging te verhuizen. Die hoop werd niet ingelost. Voor de eigen bibliotheek van FEL werd een oplossing gevonden: de Antwerpse Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience nam de VEB-collectie over om de eigen collectie te vervolledigen. Daarna aanvaardde ze ook een groot deel van het Fonds Vanbiervliet over te nemen: zo werden in oktober 2020 ongeveer 4.000 boeken en een reeks tijdschriften overgebracht naar de Consciencebibliotheek.

Ondertussen waren er ook contacten met andere mogelijke overnemers, maar die contacten vielen stil door de corona-pandemie. In november 2020 kregen de vrijwilligers van het Fonds geheel onverwacht de vraag het magazijn ten laatste tegen Nieuwjaar leeg te maken, omdat toch nog belangrijke bouwwerken zouden gebeuren in de oude bibliotheek.

Een deel van de overgebleven boeken en tijdschriften ging naar KADOC (Leuven), naar AMSAB (Gent) en naar plaatselijke archieven (o.a. Kortrijk en Brugge). Al wat overbleef, zowel van originelen als van dubbels, werd samengevoegd met de collectie Marc Vanden Bempt.

Collectie Marc Vanden Bempt

Als esperantist sinds 1969 begon Marc Vanden Bempt pas rond 1985 boeken te kopen en te bewaren en sinds ongeveer 1993 actief te verzamelen. Ook tijdschriften bewaarde hij, maar minder actief.

Evolutie: 700 boeken in 1991, 850 boeken in 1993, 1.250 boeken en 250 jaargangen van tijdschriften in 1994, 3.250 boeken in 2000. Toen versnelde het geheel: 5.900 boeken in 2005, 7.500 boeken en 900 jaargangen in 2010, 9.400 boeken en 1.420 volledige jaargangen in 2015.

De grootste groei kwam er met de aankoop van tweedehandsboeken, vooral bij UEA en de VEB (dikwijls voor meerdere duizenden euro).

Doorheen de jaren gaven verschillende esperantisten hun Esperanto-bibliotheek of een deel ervan aan deze collectie, onder meer Marie-Thérèse Henquinez (Tildonk), Renée Ost (Halle), Agnes Geelen (Antwerpen) en uit Leuven: Martin Decaluwe, Esperanto 3000, Ghislain Jacobs, Leona Meurrens, Felix Neefs, Joris en Helga Raeymaekers-Van der Biest, Willy Vanopdenbosch, Willy Wellekens.

Sinds 2016 nam Marc dubbele tijdschriftummers over uit Kortrijk, met als overeengekomen tegenprestatie het inbinden van tijdschriften.
Zo groeide vooral de tijdschriftencollectie, tot er einde 2018 3.130 volledige jaargangen (van 355 titels) en 2040 onvolledige jaargangen (van nog eens 391 titels) waren.

In 2016 nam hij een reeds tijdschriften over van de plaatselijke groep van Valenciennes. In december 2018 gaf de bibliotheek van CDELI in La Chaux-de-Fonds al haar dubbels (ongeveer 25 bananendozen vol) door. In 2014 en vooral 2019 waren er uitwisselingen met de bibliotheek van Herzberg, die een groot aantal dubbels kreeg.
In de jaren 2010-2020 ontstonden contacten over uitwisseling met bibliotheken in Spanje, Brazilië, Japan en Frankrijk, maar die leidden voorlopig niet tot resultaat omwille van twee redenen: enerzijds groeide de eigen catalogus voortdurend aan zodat er beter gewacht werd tot dit stabiliseerde, anderzijds was er gebrek aan tijd of prioriteit bij de andere bibliotheek. Nadien te reactiveren.

In 2020 moest het fonds Vanbiervliet vereffend worden. Vanaf september 2019 nam Marc een groot deel over van haar (originele) tijdschriften, vanaf maart 2020 ook boeken. Ondertussen ging ook de eigen aangroei verder.

Voor die overname telde de eigen collectie 4.314 volledige (511 titels) en 2.861 onvolledige (677 bijkomende titels) jaargangen van tijdschriften (einde 2018), plus 10.535 boeken (februari 2020). Na de overname was dit tegen einde 2020 toegenomen tot 7.250 volledige (van 960 titels) en 4.907 onvolledige (van 407 bijkomende titels) jaargangen van tijdschriften. Daarnaast waren er duizenden dubbele tijdschriftnummers (niet exact geteld). Er waren toen 13.175 boeken, plus 10.490 dubbels (van 5.210 verschillende titels).

In 2020 ontving de privé-bibliotheek ongeveer 90 € steun van het Bachrich-fonds van UEA, in 2011 ongeveer 150 € van het toenmalige Thorsen-fonds.

Contacten met Petro De Smedt (Dendermonde) werden concreet. Al ging het initieel over zijn eigen collectie en zijn belangstelling voor IEA, tegelijk werd ook inhoudelijke informatie uitgewisseld. Zo vond Marc in zijn eigen collectie een tot nu onbekend (of minstens aan de aandacht ontsnapte) uitgave van het Fundament van Esperanto uit 1906, die Petro in detail bestudeerde.
Daarnaast werd de collectie ook gebruikt door andere onderzoekers, o.a. door Bert Boon (Tienen) en Roland Rotsaert (Brugge). Ook kon hij informatievragen beantwoorden vanuit de Internetgroep van esperanto-bibliothecarissen.

In 2019 werd het voorstel gelanceerd om de Hodler-bibliotheek van UEA over te nemen. IN oktober 2020 beschikte het bestuur van UEA over alle informatie voor een beslissing. We wachten die af.

Vanaf het begin werd alles zorgvuldig gecatalogiseerd in twee Excel-bestanden, een voor boeken en een voor tijdschriften. Dat maakte de nummering (en plaatsing in de kasten) mogelijk volgens aankomen, zonder logica.

Het Internationaal Esperanto-Archief vzw

De idee over IEA ontstond al in het begin van de jaren 2000, maar werd geactiveerd in 2016 na contacten met een Japanse bibiotheek. in oktober 2019 werd het plan concreter, toen werd in beperkte kring de idee gelanceerd van een vereniging en meerdere mogelijkheden werden onderzocht.
Finaal werd beslist een vereniging zonder winstoogmerk op te richten naar Belgische recht en de collectie voorlopig in een privé-woning te bewaren.

De basisidee achter de oprichting van een juridische persoon is enerzijds een juridische basis te creëren voor de collectie van het Vanbiervliet-Fonds en anderzijds de collectie Marc Vanden Bempt los te maken van zijn fysieke persoon.
Een eerste verklarend artikel hierover verscheen in Horizon-taal mar/apr 2020.

Doorheen 2020 werd de oprichting van de vzw voorbereid, in overleg vooral tussen Marc Vanden Bempt en Roland Rotsaert. Zij concretiseerden de toestand samen met Peter Baláž, o.a. voor de vereniging, eventuele overdracht naar Nová Dubnica, de webstek arkivo.eu, enz. Uiteindelijk bleek het mogelijk de beslissing over de plaats uit te stellen met een tijdelijk (maar meerjarig) contract in België. Bert Boon versterkte enthousiast het team.

Op 25 januari 2021 is de vereniging Internacia Esperanto-Arkivo officieel erkend door de Belgische staat als «vzw».

De voormalige privé-bibliotheek is officieel overgedragen aan IEA op 12 februari 2021.
Op die datum bestond ze uit 7.550 volledige jaargangen van tijdschriften (965 titels) en 4.910 onvolledige jaargangen (en extra 409 titels). Daarnaast waren er duizenden dubbele tijdschriftnummers (niet exact geteld)
Daarnaast waren en toen ook exact 13.190 boeken, naast 11.651 dubbels (van 5.224 verschillende titels).
Hier staat die volledige startcatalogus van de boeken en de volledige startcatalogus van de tijdschriften.